Wat is Dada?

WAT IS DADA??????
Dada: de schrik van de clubfauteuil-bourgeois, van de kunstcriticus, van de artiest, van de konijnenfokker, van de hottentot, – van wie al niet.
Ik zal de dadaïstische levenshouding toelichten. Dit lijkt mij vooral nodig in een land dat sinds 1880 voor elke nieuwe levensuiting hermetisch gesloten bleef.
Ik zou pretentieus zijn als ik dacht het mysterie Dada intellectueel bevattelijk te maken.
Dit is onmogelijk en zelfs de dadaïsten niet gelukt.
Dada is een gezicht.
Dada wil geleefd zijn.
Dada valt niet te bevatten.
Dada wijst elke logische begripsassociatie onverbiddelijk van de hand.
Het antwoord op de vraag »wat is dada« valt slechts in spontane handelingen te geven.
Het idee dat dadaïsme tot de categorie nieuwe kunstvormen behoort als: impressionisme, futurisme, cubisme, expressionisme enz. is een dwaling.
Dada is geen kunstbeweging.
Dada is een directe levensbeweging die zich keert tegen alles, wat wij ons als levensbelang voorstellen.
Dada stelt geen vragen.
Dada is de ontkenning van de gangbare levenszin.
Dada is de sterkste negatie van alle culturele waardebepalingen.
De werkelijke dadaïst gelooft in niets, noch in kunst, noch in politiek, noch in filosofie of godsdienst.
De dadaïst ziet in al deze merken een beschimmelde schijncultuur, een bedriegelijke handel. Elk merk verkoopt tot een nieuw merk is uitgevonden.
Dada ziet in alle verbeeldingen die ons van de werkelijkheid hebben afgeleid – Tao, Om, Bramah, Jaweh, God, getal, geest, enz., slechts verschillende etiketten voor één en hetzelfde artikel dat, met veel tamtam en boemboem de mens wordt opgedrongen.
Dada ontkent elke hogere geestelijke inhoud voor leven, kunst, religie, filosophie of politiek.
Voor de dadaïst berusten deze slechts op twee dingen: reclame en suggestie.
De mens is snel verblind door karakteristieke uithangborden: reclames die net zo vaak worden herhaald tot ze een blijvende indruk achterlaten. De godsdienst door het kruis, Odol tandpasta door de gebogen flaconvorm, Nietzsche door zijn dikke snor, Oscar Wilde door zijn homosexualiteit, Tolstoi door kaftan en sandalen.
Dada wil niet bekeren.
Dada weet al dat men de massa voor een „niets” kan winnen door met suggestieve reclame op primitieve instincten te werken.
Dada ziet in elk dogma een spijker, waarmee men poogt de vermolmde en zinkende schuit van onze westersche kultuur bij elkaar te houden.
Dada is de uitdrukking van onze vormeloze tijd.
Dada heeft geen eeuwigheidsstreving.
Dada heeft de wereld failliet verklaard.
Dada heeft altijd bestaan, maar werd pas in onze tijd ontdekt.
De dadaïst neemt geen enkele verantwoording op zich. De dadaïst kent onze kultuur door en door. Hij kent alle kneepjes en trucs van het leven. Hij weet precies hoe men geest fabriceert. Uit tegenzin voor de ivoren torens van “belangrijke personen” pretendeert hij niet kunstenaar, filosoof of hervormer te zijn. Vrij van eerzuchtige verlangens, beroemd te zijn of maatschappelijk te slagen, is hij de meest vrije, meest rustige, gelijkmoedige mensch ter wereld.
Toch ziet de dadaïst ook het positieve in de mens: het instinkt om te overheersen en de behoefte elkaar op te eten. Alle ethische drijfveren: barmhartigheid, medelijden enz., zijn voor de dadaïst dekmantels om de ware aard te verbergen. Ook ziet de dadaïst »karakter« d.w.z. zonder valse voorwendselen en bijbedoelingen leven en handelen, als positief.
Het is zinloos te om in te gaan over het ontstaan van Dada. Ik zou kunnen vertellen over de beruchte soirées in het Cabaret Voltaire in Zürich; over de knokpartijen in de Galerie Dada, over de grote manifestaties in New York, Parijs en Berlijn, over de dadaïstische preek van de zgn. Oberdada in de Dom te Berlijn, over de dadaïstische demonstraties in een Katholieke kerk te Parijs enz., maar dat brengt ons niet nader tot het wezen van DADA.
DADA heeft geen vaderland en geen nationaliteit. Het is plotseling, op verschillende en meest uiteenliggende plaatsen: Amerika, Zwitserland, Frankrijk, Duitsland enz., ontstaan uit een behoefte aan geestelijke zelfreiniging.
Het woord Dada betekent niets en had evengoed Bébé, Sisi of Lollo kunnen zijn. Het is uit geen enkel idee ontstaan, maar uit een algemeen verzet tegen onze gehele denkwijze.
De dadaïsten, onder hen de beste en intelligentste mensen van onzen tijd als Einstein, Chaplin en Bergson, verklaren in bijna al hun manifesten uitdrukkelijk, dat zij niets willen, niets weten en niets zijn.
DADA –zo schrijft Picabia– “lui ne sent rien, il n’est rien, rien, rien.
Il est comme vos espoir: rien.
Comme vos idoles: rien.
Comme vos paradis: rien.
Comme vos hommes politiques: rien.
Comme vos héros: rien.
Comme vos artistes: rien.
Comme vos réligions: rien.”
DADAIST kan men niet worden, slechts zijn.
In de eerste dagen was het de dadaïsten zelf niet helemaal duidelijk wat hen tot elkaar  gebracht had. Aanvankelijk had het dadaïsme een overwegend esthetisch karakter, maar geleidelijk ging dit verloren om zich tenslotte ook tegen de kunst te keren.
Kunst heeft, volgens Dada, slechts waarde, zolang men op primitieve en fetisjistische gevoelens van mensen kan bespelen. Kunst is volgens de dadaïsten ontstaan uit de behoefte om zich van deze gevoelens te ontdoen, hetgeen echter nog niet is gelukt.
Dada ziet in het huidige wereldbeeld, produkt van alle mogelijke tegenstrijdigheden en inconsequenties, het bankroet van de poging het leven uit een moraal te verklaren.
De pogingen van Jezus, Boeddha, Tolstoi e.a. zijn op niets uitgeloopen. Dada ziet geheel af van elke poging om de oneindig varierende, chaotische en ongelijkvormige massa, die de mensheid is, te ordenen.
Dada ontkent de evolutie. Elke beweging veroorzaakt een tegenbeweging van gelijke sterkte, die elkaar opheffen. Niets verandert wezenlijk. De wereld blijft steeds aan zich zelf gelijk. Dada heft de dualiteit tussen materie en geest, man en vrouw, geheel op en schept hierdoor het  »Indifferenzpunkt« een punt boven het menselijk begrip van tijd en ruimte.
Hierdoor bezit dada het vermogen het vaste oogpunt, dat ons in onze driedimensionele waanvoorstellingen gevangen houdt, mobiel te maken. Zo werd het mogelijk, inplaats van slechts één facet, het gehele wereldprisma als geheel te zien. In dit verband is Dada één der sterkste manifesten der 4e Dimensie, getransponeerd in het subjekt.
Van elk »ja« ziet Dada gelijktijdig het »nee«. Dada is ja-nee: een vogel op vier pooten, een ladder zonder sporten, een kwadraat zonder hoeken. Dada bezit evenveel positiva als negativa. De mening dat Dada alleen destruktief is, is het leven, waarvan Dada de uitdrukking is, misverstaan. Dada bestrijden betekent zichzelf bestrijden. Dada wil afrekenen met de scheiding tussen een transcendentale en een alledaagsche werkelijkheid. Dada is de behoefte aan een eenvormige wereldrealiteit bestaande uit dissonante en contrasterende verhoudingen.
Dada ziet de natuur niet als lieftallige verschijning, zoals wij graag doen, maar als het onwelriekende kadaver, dat onze geestelijke genoegens bederft en alles oogenblikkelijk in een staat van ontbinding doet verkeeren: allen, van schoonmaakster tot artiest (in wezen dus hetzelfde) voeren strijd tegen de ontbinding, de natuur.
Ik wil hier de Nederlandse dadaïst I.K.Bonset aan het woord laten, die daaraan op dichterlijke wijze uitdrukking geeft:

HYPOSTRODON DER DRAMADE door I.K. Bonset.
Dadaïstische meditaties bij een kroeg.
Opwekking tot natuurlijke handelingen.
“Het is onmiskenbaar dat wij ziek zijn van overtuigingen. Hoe ook gespleten gescheurd en met drekfranje versierd, meent ieder zich gerechtigd het leven te voeren. Maar bemerk hoe de “natuur” een kreng is, bemerk het aan het reuzenrad te Parijs, aan de daklijst van uw woning, aan de rimpels op uw bruid en aan de goedmoedige paardevijgen op de boulevard St. Michel.
In een drijvend naakt kreng drukt zich de HYPOSTRODON DER DRAMADE uit. Elke poging zich in een luchtledige ruimte een andere wereld van eigen vinding te vormen om daar in te leven ongezien onaangetast door de kanker der NATUURDRAMADE faalt. Alles wat gebaren toelaat wat aanspraak maakt op afmeting ruimte tijd en geld is gevuld met microben die vroeg of laat hun reagerende uitwerking doen gelden. U kunt zich geen oogenblik en nergens onttrekken aan het vijandige tegenbeeld van uw “geestelijke” (o parodie der paradijsparade) proefnemingen. U kunt zich tevreden stellen met lauwe wassingen (poëzie), met fazanten van gekleurd blik (religie), een middeleeuwsch kerkraam als bril (kunst), de horizontaalstaande wip (filosofie) en nog vele andere afleidingen, de kanker in uw hart breidt zich onvermijdelijk uit. Honderden generaties hebben zich afgetobd deze kanker te bezweren, te overwinnen, perken te stellen, niet merkend dat hun hersenen en ook hun aspiraties aangetast waren door dezelfde kankercellen. Dada voert een strijd tegen de heerschappij van het VUIL, anders dan de impressionisten, die zich met het Vuil verzoend hadden. Hele generaties hebben gretig de verderfelijke uitwasemingen van filosofie, van godsdienst en van kunst ingeademd, menend dat de katapepsis, welke daarvan het gevolg was de ware levenstoestand was.
Wij neo-vitalisten, dadaïsten, destructieve constructivisten hebben het hele etterveld, dat het lichaam der wereld verbergt blootgelegd roepende: »Kijk kijk kijk hier hier hier niets niets niets.« Zonder gummistok boven ons hoofd zouden wij de rust die wij genieten, verstoord voelen. Wat wij echter het veiligst bewaren – zo leert ons de dadasofie – zijn onze slaappoeders. Door zorgvuldig en regelmatig gebruik van deze slaappoeders merken wij niet, dat het hele leven met drekfranje versierd is. Hoe dik ook de wanden zijn, waarmee wij ons van de natuur afsluiten na verloop van tijd, zal het meest exacte gewrocht, produkt van onze geestelijke genoegens katapeptisch doorvreten zijn.

Weet u nu wat „Dada” is?